Menu

Blog - De natte kater en de man die leverworst at als een banaan (Joni de Groot)

Sinds ik me kan herinneren ben ik dingen aan het onder kalken. Van in mijn vroege jeugd de onderkant van het tafelblad, tot twintig jaar later een zekere lading bierviltjes in de plaatselijke kroeg en het oppervlak van onze stamtafel daar (wat is dat toch met tafels?). Een paar jaar terug sleepte ik standaard een steeds dikker wordend schetsboek met me mee. Kortom: ik moet altijd kunnen tekenen. Nu doe ik dat voor het muZIEum.

Op dit moment werk ik als medewerker marketing en communicatie. Ik maak beelden voor de online communicatie (het woord ‘plaatje’ is uit den boze en is er op dag één op de kunstacademie uitgeslagen). Ik was na mijn afstuderen absoluut geen kant-en-klare illustrator die zo de fabriek uit kwam rollen en waarschijnlijk zal ik dat voorlopig nog niet zijn. Een uitspraak waarmee je een illustrator geheid op de kast jaagt, is ‘Goh, wat een leuk beroep, lekker een beetje tekenen de hele dag!’ Dat ‘een beetje tekenen’ is een onderdeel. Er komt wel wat meer bij kijken. Je moet ook netwerken, aan acquisitie doen, btw-aangifte doen, opdrachtgevers vinden en die warm houden, om nog maar te zwijgen over het bijhouden van de administratie.

Zwart gat
Allemaal dingen waar ik me als net afgestudeerde niet toe kon zetten. Sommige mensen zijn van nature ondernemer en anderen simpelweg niet. Op een gegeven moment wist ik niet eens meer waarom ik nog illustrator wilde worden. Ik was mijn enthousiasme voor tekenen zo goed als kwijt. En het beruchte zwarte gat dat kwam na de opleiding, was diep. Via Koninklijke Visio ben ik bij het muZIEum terechtgekomen. Hier staan ze niet raar te kijken van een medewerker met een visuele beperking. Het grootste deel van de mensen die daar werken, ziet immers weinig tot niets.

Joniversum
‘Visueel beperkt’ en ‘visueel beroep’ zou een onlogische combinatie zijn. Dat vind ik een vrij negatief uitgangspunt, alleen blijft het onvermijdelijk vragen oproepen. Als illustrator bepaal ik zelf hoe mijn getekende realiteit eruitziet. Dus daarom hoeft het niet exact op de realiteit te lijken. Ik beslis zelf welke vormen en welke kleuren de dingen hebben. Welke details ik weglaat, welke dingen ik suggestief weergeef. Het is een soort handschrift dat ik in de loop der jaren ontwikkel. Om het zweverig te houden: mijn werk is in een aantal opzichten een weerspiegeling van mijn geest, met zo zijn eigen symboliek. Het is een soort ‘universum’ aan het worden; ik noem het weleens het ‘Joniversum’.

Ik vind het nou eenmaal erg leuk om verhalen te verbeelden en dan is het handig als je altijd een schetsboek bij de hand hebt. Onze marketeer vertelde me bijvoorbeeld een anekdote over een smoezelige medetreinreiziger die naast haar een broodtrommel vol dampende worsten opentrok, om vervolgens een leverworst op te smikkelen zoals je een banaan eet. Dat vind ik zo grappig, daar moet een tekening bij. Net als bij het verhaal van mijn andere collega. Die werd ‘s morgens ooit wakker met een doorregende kat op haar hoofd. Ik zie de humor in die situaties wel. Zie de resultaten hieronder.

Bosch Open Expo
Het blijft een wezenlijk verschil of mensen van tevoren weten dat ik slechtziend ben of niet. Ik weet zeker dat dat invloed heeft op de verwachtingen over mijn werk. Ik vraag me weleens af of het achteraf bijvoorbeeld meevalt, zo van: ‘Voor een slechtziende is het best oké.’ Gelukkig wordt vaak genoeg het tegendeel bewezen. Eind vorig jaar gaf ik een pentekening van mij op voor de Bosch Open Expo, een expositie waarvoor iedereen zich kon inschrijven. Een jury, die de werken voorgeschoteld kreeg zonder namen of uitleg, bepaalde wat er uiteindelijk in de expositie werd opgenomen. Mijn werk kwam door de selectie en werd geëxposeerd. Daarom haal ik geen erkenning uit het feit dat ik ‘ondanks’ mijn zicht kan tekenen, want het voegt niets toe aan het resultaat. Uiteindelijk gaat het om het beeld dat spreekt.

Joni is slechtziend en werkzaam als marketingmedewerker bij het muZIEum.