Menu

Blog - Kleur en blind (Doreen ter Beest)

“Ik zie ik zie wat jij niet ziet en het is... rood.” Ik zit op de achterbank van de auto. Tot we onze vakantiebestemming bereiken, bestrijden we de verveling met spelletjes. Ik neem niet de moeite uit het raam te kijken. Niet om te zoeken naar iets roods, niet om te zien door wat voor land we rijden. In plaats daarvan denk ik koortsachtig na. Wat is hier rood? “Je trui”, gok ik. Maar is die wel rood? Misschien rijdt er toevallig een rode auto in de buurt. Opgewekt raad ik door. Het blijft een leuk spelletje.

Nu, jaren later, vraag ik me af wat ik daar nou zo leuk aan vond. Kleur is maar ingewikkeld als je het niet goed kan zien. Want wat is kleur? En vooral, wat zegt het? Sommige mensen beweren zelfs dat we kleuren allemaal anders zien. We noemen ze alleen hetzelfde omdat we leerden woorden aan bepaalde tinten te koppelen. Jij weet niet hoe de hersenen van jouw buurman kleur verwerken en wij kunnen onze ervaring niet perfect onder woorden brengen. Dit heet ook wel de “explanatory gap”. Dit probleem treedt bijvoorbeeld op als je kleur wilt omschrijven aan iemand die blind is geboren. Diegene kan alles bestuderen wat over kleur bekend is; nooit zal het hem in staat stellen kleur op dezelfde manier te ervaren en begrijpen als jij.

Ruik een liedje
Er zijn veel manieren te vinden waarop kleur wordt beschreven aan blinden. Bruin is als pasgevallen bladeren, groen is de geur van gemaaid gras. Appels met peren vergelijken is er niets bij. Groen ruik je helemaal niet. Natuurlijk, het is beter dan niets, maar woorden kunnen nooit de ervaring van een zintuig vatten. Probeer maar eens een mooi lied te omschrijven in geuren. De emotie breng je misschien over, maar de ander zal door jouw beschrijving nooit dat liedje horen.

Daarbij zijn omschrijvingen van kleur vaak tegenstrijdig. Rood is de kleur van de liefde, hoor ik vaak. Maar ook: rood betekent gevaar. Tinten zijn al helemaal lastig uit te leggen. Ik kreeg eens een armband met kralen. Die zijn parelmoer, werd me verteld. Toen ik vroeg wat dat voor kleur was, werd het ingewikkeld. Doorzichtig, maar toch niet. Wit, maar toch niet. Tja, wat is het dan wél?

Frustrerend
Ook ik wil kleuren graag in mijn voordeel laten werken. Mijn onbegrip is dan ook een terugkerend punt van frustratie. Zoals ik in mijn eerdere blog schreef, kan ik hele duidelijke contrasten soms onderscheiden. Het verschil tussen wit en felrood, bijvoorbeeld. Maar bij paars, donkerblauw en zwart wordt het al ingewikkeld. Om over nuances binnen één kleur nog maar te zwijgen. Waarom bepaalde kleuren al dan niet bij elkaar passen en welke indruk ze oproepen, blijft een waar mysterie. Mijn oplossing: veel vragen stellen aan mensen wiens oordeel ik vertrouw en dan goed onthouden. Bij twijfel over kleding heb ik altijd wel iets zwarts paraat. Dat dat veilig is, heb ik overigens ook van horen zeggen.

Kleuren hebben voor mij geen directe invloed op de sfeer. Tenzij een kleur zo fel is dat die letterlijk pijn doet aan mijn ogen, weet ik vaak niet eens welke kleuren de boventoon voeren als ik een ruimte binnenstap. En toch, toen ik weken na mijn ziende collega’s ontdekte dat ons kantoor was opgefleurd met gekleurde briefjes en plaatjes, werd ook ik er vrolijk van.

Ik doe niet de moeite alle kleuren die mij worden beschreven te onthouden – bedenk maar eens hoeveel kleuren je op een dag tegenkomt! Over onmogelijke opgaven gesproken. Maar zeker als kleur heftige reacties oproept – positief of negatief – word ik meteen nieuwsgierig naar het wat en waarom. Met dat antwoord vul ik dan mijn eigen indruk aan. “Jij ziet jij ziet wat ik niet zie en het is...”, dat blijft op zijn tijd wél een fascinerend spel.

Doreen is blind en werkzaam als communicatiemedewerker bij het muZIEum.