Menu

Blog - Onzichtbaar inzicht (Maud Arntz)

Dit is toch spoor 14? Hier sta ik toch altijd te wachten op de trein wanneer ik naar het muZIEum ga? Ik begin een beetje aan mezelf te twijfelen. Sta ik wel op het juiste perron? Waar blijft de trein? En daar is het antwoord. Via de speakers wordt medegedeeld dat de trein zal vertrekken van spoor 5. Een ander perron dus.

U moet die kant op
Alle andere mensen beginnen te lopen. Ik aarzel een beetje. Waar is ook alweer spoor 5? Normaal ken ik de weg prima op dit station, maar nu ik ineens naar een ander spoor moet, is het even schakelen. Welke kant is de trap ook alweer. Toch maar even iemand vragen. Snel spreek ik iemand aan. "Weet u waar ik spoor 5 kan vinden?". De mevrouw begint een heel verhaal. Ze is niet zo bekend op dit station. En zelf hoeft ze niet naar een ander perron. Ze gaat met de stoptrein zodat haar zus haar kan ophalen. Die zus is jarig en daar gaat de mevrouw naartoe. Ze vertelt nog veel meer, maar ik hoor het niet meer. ik bedank haar snel en bedenk dat ik nu toch echt iemand moet vragen die me kan helpen. Anders mis ik de trein nog en kom ik te laat op mijn werk. Er zijn al veel minder mensen op het perron dan net. Toch lukt het me om een meneer te vragen waar spoor 5 is. "Dan moet u die kant op" zegt hij. Ik denk dat hij er bij wijst. Maar welke kant wijst hij op? Ik wil hem net om verduidelijking vragen als twee aardige dames zeggen dat zij ook met die trein meewillen. Ze lopen wel even met me mee.

En ik maar denken dat zienden zo gericht zijn op alles wat ze zien
Net op tijd zit ik dan toch nog in de geplande trein naar Nijmegen. Ik raak in gesprek met de twee dames die me zo fijn geholpen hebben. En natuurlijk hebben zij vragen over mijn visuele beperking. En al heb ik er eerlijk gezegd op dit moment niet zoveel zin in om al die vragen te beantwoorden, toch doe ik het. Ze hebben me zo aardig geholpen net, dus ja. Ze vinden het maar wat knap dat ik zelfstandig met de trein reis. Ze raken er maar niet over uitgepraat. Ik wel. Dus pak ik een brailleboek uit mijn tas en begin een beetje te lezen. Ik hoop dat ze zo begrijpen dat, wat mij betreft, ons gesprek is afgelopen. Maar niets is minder waar. Het braille lezen zorgt ervoor dat ze nog meer vragen hebben. Iets wat ik in mijn werk als gids dagelijks meemaak. Het beantwoorden van alle vragen over mijn slechtziendheid, hoort bij mijn werk. En in het muZIEum ga ik graag met de bezoekers over het niet zien in gesprek. Maar op andere momenten vind ik het ook leuk en gezellig om over andere dingen te praten. Ik blader wat door mijn boek en pak mijn telefoon uit de tas om te kijken of er nog nieuwe berichtjes zijn. Maar wat ik ook doe, geen van mijn non-verbale signalen komen aan bij de kletsgrage dames. En ik maar denken dat zienden zo gericht zijn op alles wat ze zien...

Door het niet zien, kun je juist heel veel laten zien
De dames stappen bij het volgende station uit. Nu kan ik even rustig lezen en me voorbereiden op een dag werken in het donker bij het muZIEum. Ik ga vandaag aan de slag met een nieuw arrangement. Een groepsopdracht die gaat over communiceren en samenwerken, zodat teamleden inzicht krijgen in hun werkwijze en eigen rol daarin. In het donker, in mijn wereld, laat ik hen ervaren hoe belangrijk duidelijke communicatie is. De treinreis van vandaag zorgde voor mooie voorbeelden over hoe communicatie werkt als je niet kan zien. Ik had de mevrouw met het uitgebreide verhaal, de meneer die stond te wijzen en de praatgrage dames, ook uit kunnen nodigen eens langs te komen bedenk ik me. Ik had ze door het niet zien, juist heel veel kunnen laten ‘zien’ over de manier waarop ze communiceren. Nou ja, wie weet komen ze nog een keer met hun collega’s naar het muZIEum. En anders zijn er gelukkig nog heel veel andere mensen die ik ‘onzichtbaar inzicht’ kan geven.

Maud is zeer slechtziend en werkzaam als gids bij het muZIEum.