Blog - Ik kan alleen niet zo goed zien (Maud Arntz)

Opeens was iedereen weg. Terwijl ik nog druk bezig was met het opbergen van mijn brailleboeken in mijn nieuwe schooltas, verlieten mijn klasgenoten het lokaal om aan onze eerste pauze op de middelbare school te beginnen. Ook voor mij was het pauze, maar waar was iedereen gebleven? De kantine wist ik te vinden. Daar stond ik, ietwat verloren tussen alle andere kinderen. Waar zaten mijn klasgenoten?

Ik ontdekte dat de ziende wereld anders in elkaar zit
Ik kwam van een speciale school voor blinde en slechtziende kinderen. Op deze school kende ik iedereen en iedereen kende mij. Je zei tegen elkaar waar je naartoe ging als je even wegliep, gewoon omdat blinden dat onderling doen. Zo wist je precies waar de ander was gebleven. Op mijn eerste dag op de middelbare school met ziende kinderen, ontdekte ik dat de ziende-wereld anders in elkaar zit. Zienden kunnen elkaar terug vinden in een volle kantine door één blik in de ruimte te werpen. Als ik gezellig bij mijn klasgenoten wilde zitten, moest ik elke keer vragen of ze op mij wilden wachten. Elke keer opnieuw moest ik het initiatief hiertoe nemen. Uiteindelijk spraken we een vaste plek af in de kantine. Zo hoefde niemand op mij te wachten, hoefde ik niet te haasten om de rest bij te houden en vonden we de weg naar elkaar altijd terug.

De rollen mogen niet omgedraaid worden
Onlangs startte mijn dochter Karlijn, van net 4 jaar oud, op de basisschool. Ik dacht meteen terug aan mijn eigen schooltijd: hoe onplezierig het voelde om verloren op het schoolplein te staan. Dit wil ik voorkomen, daarom pak ik het nu anders aan. Ik spreek met Karlijn af waar precies op het schoolplein ik haar kan ophalen. Dit geeft duidelijkheid voor mij, maar ook voor haar. Dat haar moeder toevallig blind is, mag er niet voor zorgen dat zij mij ergens op het schoolplein oppikt in plaats van ik haar. De rollen mogen niet omgedraaid worden.

Zo fijn om niets te hoeven uitleggen
Tijdens de eerste kennismaking op school viel het me op dat ik de deur makkelijk kon vinden. Net als op de trapjes is er duidelijke markering aangebracht. Bij Karlijn in de klas zit een slechtziend jongetje. Ook voor hem is het fijn om niet te hoeven zoeken. Daarom heeft hij een kapstok op de hoek en staat zijn stoel in de kring altijd tegen het tafeltje aan. 

Zonder dat ik iets hoefde te vragen, werd mij verteld waar ik Karlijn kan ophalen op het schoolplein. De juffrouw liet de plek op het schoolplein aan ons zien. Zo fijn om niets te hoeven uitleggen, maar begrepen en daardoor geaccepteerd te worden. Ik voelde me niet die blinde die hulp moet vragen en eerst moet bewijzen eigenlijk heel gewoon te zijn. Nee, ik was meteen gewoon een moeder die haar kind naar school brengt. Niets bijzonders. Er is natuurlijk ook niets met mij aan de hand. Ik kan alleen niet zo goed zien!

Maud is zeer slechtziend en werkzaam als gids bij het muZIEum.