De prins op het witte paard, hoe zie je die?

In januari vierden Jeannette en haar vriend hun eenjarig samenzijn. Een leuke mijlpaal natuurlijk, maar zo op het eerste gezicht niet echt iets bijzonders. Het is een bijzonder verhaal hoe zij tot die mijlpaal zijn gekomen, die nog eens extra speciaal werd door de lockdown. Jeannette vertelt je er over in haar blog.

Op zoek naar de liefde

Voordat we aan mijn persoonlijke sprookje beginnen, zal ik jullie eerst eens even meenemen in mijn wereld. Van jongs af aan ben ik (zeer) slechtziend. Desalniettemin ben ik altijd in een ziende wereld opgegroeid. Vanaf de kleuterklas tot aan mijn afstuderen ben ik altijd naar regulier onderwijs geweest. Al mijn klas- en studiegenootjes waren goedziend en dat geldt ook voor bijvoorbeeld mijn familie of de mensen die ik bij mijn muziekactiviteiten of paardrijvereniging heb leren kennen.

Voordat ik bij het muZIEum ben komen werken, bestond slechts een klein deel van mijn kring uit blinden of slechtzienden. Ondanks dat ik mij bij hen altijd erg gehoord en gewaardeerd voel, heb ik een relatie met een blinde of slechtziende nooit echt voor ogen gehad. Niet dat je heel veel te zeggen hebt over op wie je verliefd wordt, maar een relatie met een ziende leek mij zo logisch in die ziende wereld waarin ik mij altijd begeef.

Die ziende prins vinden, daar zitten natuurlijk wel wat haken en ogen aan. Hoe ga ik immers aan een ziende prins komen, als ik hem zelf letterlijk niet zie staan? Heel simpel eigenlijk: dan moet hij mij maar zien staan. Maar welke prins wil een prinses die een beetje onbenullig met haar blindenstok om zich heen staat te wapperen? En voor iedere man die desondanks heeft geprobeerd om op een afstandje met me te flirten, heb ik hoogstwaarschijnlijk geen oog gehad ;).

Blind daten

Op een grauwe, regenachtige middag aan het begin van december zat ik met een vriendin precies over deze struggles te sparren. Mijn eerdere relatie was al een tijdje uit en ik was wel klaar met mijn happy single life, maar hoe zou ik mijn liefdesleven nu gaan oppakken? Ik kon natuurlijk mezelf in een toren opsluiten en wachten tot een knappe prins me kwam wakker kussen. Maar goed, ook Doornroosje moest daar honderd jaar op wachten en zoveel tijd heb ik nu eenmaal niet. Als ik iets wilde, dan moest ik daar zelf actie op ondernemen.

De oplossing voor dit probleem kwam diezelfde middag nog. Mijn vriendin pakte mijn telefoon en ging maar eens Tinder installeren. We zochten een paar leuke foto’s uit van mij waarop mijn visuele beperking niet (direct) zichtbaar was en voegden die toe aan mijn profiel. De rest van de middag hebben we gezellig samen op de bank zitten tinderen. Uiteindelijk waren we er beiden over uit dat het me wel zou lukken om de rest zelfstandig te swipen.

Maar huh? Tinder is toch super visueel? Hoe doe je dat dan als je niet zoveel ziet? Tja, daar zat inderdaad een kleine uitdaging. Gelukkig heb je bij Tinder de mogelijkheid om bij je profiel een verhaaltje toe te voegen. Ik richtte me daar vooral op. Iedereen die geen verhaaltje had over zichzelf of zijn levensverhaal alleen in emoji’s kon uitdrukken, ging bij mij al direct naar links de prullenbak in.

Eerlijk is eerlijk, er blijft dan niet veel over. Toch was het voldoende om uiteindelijk de liefde van mijn leven tegen het lijf te lopen. Daarnaast stonden die vriendin van eerder en een andere vriendin maar al te graag paraat om me te helpen. Zo nu en dan ging er een screenshot hun kant op met vragen als “Wat moet ik hiermee?”, “Is dit wat?” of “Waar kan ik de knop voor de emoji’s vinden?”.

Uit mijn tinderavonturen zijn uiteindelijk drie dates voortgevloeid. In de chats die daaraan vooraf gingen heb ik mijn visuele beperking nooit genoemd. Ik vond dat dat wel kon worden uitgesteld tot het allerlaatste, onvermijdelijke moment dat we elkaar in levenden lijve zouden ontmoeten. Ergens voelde het een beetje alsof ik iets aan het verbergen was, maar tegelijkertijd hield ik mezelf ook voor dat de ander net zo goed dingen voor mij kon verbergen. Bovendien had ik al een heel scala aan openingszinnen klaarliggen zoals “Dat had je zeker niet zien aankomen!” of “Je kunt straks in ieder geval zeggen dat je een blind date hebt gehad.”. En als mijn date mij en public zou afwijzen, zou ik toch meteen weten dat ik niks aan die persoon zou hebben gehad.

Echter bleken die spoken in mijn hoofd nergens voor nodig te zijn. Ik heb drie hele leuke kerels gedatet en ondanks dat ze er allemaal wel even van stonden te kijken, leverde mijn verschijning wel meteen gespreksstof op. De mooiste reactie hierop was nog wel die van de date die later mijn vriend zou worden: “Je hebt meer ballen dan de meeste mannen die ik ken.” Ook ontdekte ik al gauw dat twee van mijn drie dates zelf met een aandoening of letsel door het leven gaan. Weliswaar geen zichtbare ‘mankementen’, maar desondanks relativeerde het mijn beperking. Ik loop dan misschien wel de hele dag met een soort uithangbord over straat, maar dat betekent niet dat ik de enige ben waar iets mee aan de hand is.

Perfecte timing

Zoals gezegd was er maar één persoon nodig om de vlam te doen overslaan. En dat was mijn derde date. We hadden afgesproken om ergens in de stad wat te gaan eten en dat is uiteindelijk een erg gezellige avond geworden. Al snel spraken we vaker af. Na enkele weken besloten we om er wat serieus van te maken en zo brak er voor ons beiden een nieuw hoofdstuk aan. En de timing had niet beter kunnen zijn.

We hadden nog geen drie dagen verkering en de eerste ‘relatietest’ diende zich al aan. Ik kreeg namelijk een telefoontje van de hondenschool dat mijn oude geleidehond met pensioen mocht gaan, want er was een nieuwe rekruut beschikbaar gekomen. Mijn leven zou in de weken die volgden even flink op de kop worden gezet, aangezien het krijgen van zo’n nieuwe hond veel van je vraagt. Ik moest immers afscheid nemen van mijn oude, trouwe viervoeter en met de nieuwe hond moest ik van voor af aan beginnen. Daarnaast zou ik in de eerste drie weken bijna iedere dag iemand van de hondenschool over de vloer krijgen om samen met mij en de hond te trainen. Ik kon in die eerste weken dus wel wat extra ondersteuning gebruiken, zowel mentaal als fysiek, en die wilde mijn nieuwe vriend me graag geven. Zo kwam hij in die weken vaker bij me langs en deed bijvoorbeeld boodschappen voor me.

In diezelfde weken kwam daar nog bij op dat corona voor het eerst hier in Nederland werd vastgesteld. Op de laatste dag van de training met mijn nieuwe hond kreeg ik een telefoontje van het muZIEum dat voorlopig de deuren gesloten moesten worden. Mijn vriend en ik besloten toen om de onzekere tijd van die eerste lockdown samen door te brengen. Corona zou me alsnog in mijn toren opsluiten, maar dan wel mét prins. En raad eens wat? We zijn nu niet alleen al ruim een jaar gelukkig samen, hij is hier ook nooit meer weg gegaan!

Jeannette is slechtziend en is werkzaam bij het muZIEum.